De Posthoorn 1956-1962

Bodega De Posthoorn was en is nog steeds een bekend artiestencafé in Den Haag. In 1934 wordt het café geopend aan het Smidsplein door Jan Knijnenburg. Wegens de directe nabijheid van de Koninklijke Schouwburg, maar ook dankzij de goedkope drank, bestaat de clientèle al snel vooral uit acteurs, musici, dichters, kunstenaars en ander kunstminnend publiek. Als een bom in maart 1945 de behuizing aan het Smidsplein verandert in een bouwval, verhuist het café naar het huidige pand aan het Lange Voorhout.

Fotograaf onbekend

Nol Kroes is een vaste gast, net als de andere leden van Verve en (later) van Fugare. Voor hen is De Posthoorn een plaats om elkaar te ontmoeten en over kunst te discussiëren.

Vanaf 1949 worden op initiatief van Jaap Nanninga de wanden van het café benut om schilderijen te exposeren van hoofdzakelijk de eigen clientèle. Willem van Hussem exposeert hier zijn eerste abstracte schilderij, dat hij in opdracht van Knijnenburg vervaardigt.

De Posthoorn is zo succesvol als expositieruimte dat ruimtegebrek ontstaat. Als in 1956 het naastgelegen pand leeg komt, wordt dit door Knijnenburg gehuurd en kosteloos ter beschikking gesteld als kunstzaal. Het beheer legt hij in handen van de kunstenaars zelf. Jan Roëde neemt met Nol Kroes en George Lampe als eerste deze taak voor zijn rekening.

De bloeitijd van de kunstzaal ligt tussen 1956 en 1959. Er zijn maandelijks exposities van zowel gerenommeerde als beginnende kunstenaars en van leerlingen van de Vrije Academie. Wat de kunstenaars en de kunstwerken gemeen hebben is het experimentele karakter.

Vanaf 1959 neemt het enthousiasme onder de kunstenaars om de organisatie van exposities ter hand te nemen af. Weinig kunstenaars hebben de benodigde tijd, energie en vaardigheid. Uiteindelijk sluit het kunstzaaltje in 1962 haar deuren.

In De Posthoorn zelf worden tot op de dag van vandaag nog maandelijks exposties georganiseerd.